Naar de inhoud
Alle persberichten
Persbericht 5 min leestijd

Oproep tot de strijd tegen islamofobie in België: wanneer komt er een antwoord dat de uitdaging aankan?

Naar aanleiding van de Europese actiedag tegen islamofobie op 21 september roept de HILM op tot een gezamenlijke mobilisatie tegen de banalisering van haatdaden en discriminatie tegen moslims in België.

Opiniestuk – Door het collectief Beweging voor Vrijheid, Inclusie en de Mens (HILM / MLIH.be)

Een hakenkruis op de El Mouahidine-moskee in Laken. Een politieonderzoek dat wordt geopend. Een leerkracht die vertelt dat ze haar baan verliest omdat ze weigerde haar hoofddoek af te nemen. Terugkerende debatten over neutraliteit die rechtstreeks de toegang tot bepaalde beroepen raken.

Deze feiten zijn niet identiek en vallen niet onder dezelfde juridische kwalificaties. Maar ze dwingen ons dezelfde vraag te stellen: welke plaats geeft onze samenleving vandaag aan moslimburgers wanneer zij zichtbaar worden in de openbare, professionele of institutionele ruimte?

De daad tegen de moskee in Laken moet met de grootste vastberadenheid worden veroordeeld. Een hakenkruis op een gebedshuis aanbrengen is geen gewone vandalenstreek. Het is een symbool beladen met een geschiedenis van haat en vervolging. Wanneer het tegen een moskee wordt gebruikt, viseert het ook wie er komt bidden.

Wij betuigen onze volledige solidariteit met de gelovigen van de El Mouahidine-moskee en, ruimer, met iedereen die het doelwit is van haatdaden.

Maar islamofobie beperkt zich niet tot haar meest spectaculaire uitingen. Ze uit zich ook op de arbeidsmarkt, in de toegang tot bepaalde functies, in dagelijkse interacties of in de manier waarop sommige mensen voortdurend worden teruggebracht tot hun afkomst of hun vermeende achtergrond.

Moslimvrouwen die een hoofddoek dragen, worden bijzonder getroffen. Gegevens van Unia tonen aan dat bij dossiers over verboden op levensbeschouwelijke tekens in de werksfeer meer dan 95 % de facto over de islamitische hoofddoek gaat. Dat betekent niet dat elke neutraliteitsregel islamofoob zou zijn. Maar het vraagt wel om een ernstig onderzoek van de gevolgen ervan.

Een neutraliteit die proportioneel moet blijven

Het recente debat over neutraliteit in het onderwijs toont dat duidelijk aan.

We kunnen het eens zijn over gemeenschappelijke principes: leerlingen beschermen tegen elke vorm van proselitisme, de gewetensvrijheid waarborgen, de kwaliteit van het onderwijs en de onpartijdigheid van professionals vrijwaren.

Maar de verdediging van neutraliteit ontslaat ons niet van een toets aan het evenredigheidsbeginsel.

Unia maakt een duidelijk onderscheid tussen gezags- en onderwijsfuncties en andere functies, en oordeelt dat een algemeen verbod op levensbeschouwelijke tekens niet voldoende gerechtvaardigd is voor alle personeelscategorieën.

Een leerkracht, een opvoeder, een psychologe, een administratief medewerkster of iemand die instaat voor het onderhoud dragen niet dezelfde verantwoordelijkheden. Waarom zouden zij noodzakelijk aan dezelfde beperkingen onderworpen moeten worden?

Die vraag moet besproken kunnen worden zonder karikatuur, zonder procesvoering op intenties en zonder laïciteit en levensbeschouwelijke vrijheid systematisch tegen elkaar uit te spelen.

Een sterke democratie kiest niet tussen vrijheden en neutraliteit. Ze probeert beide nauwgezet met elkaar te verzoenen.

Een algemene regel, zeer ongelijke gevolgen

Een regel kan algemeen geformuleerd zijn en toch zeer ongelijke gevolgen hebben.

Unia wijst overigens op het risico van een onevenredige impact op moslimvrouwen, in een onderwijssector die sterk vervrouwelijkt is.

Dat moet ons aan het denken zetten op een moment dat veel sectoren al met rekruteringsproblemen kampen.

Kunnen we de werkzaamheidsgraad willen verhogen, tekorten willen bestrijden en tegelijk de toegang tot bepaalde beroepen beperken voor gekwalificeerde mensen van wie het professionele gedrag nooit een probleem is geweest?

Die vraag is niet religieus of communautair. Ze is sociaal, economisch en democratisch.

Ze betreft ook mensen die al in dienst zijn, soms al vele jaren, en van wie de professionele toekomst plots onzeker wordt.

We moeten hen kunnen zeggen dat hun bekwaamheid, hun ervaring en hun respect voor de regels zwaarder wegen dan de vooroordelen die aan hun uiterlijk kleven.

Weg met selectieve verontwaardiging

Onze oproep wil discriminaties niet tegen elkaar opzetten.

  • Antisemitisme moet bestreden worden voor wat het is.
  • Anti-zwart racisme moet bestreden worden voor wat het is.
  • Alle vormen van raciale, religieuze of etnische haat moeten met dezelfde vastberadenheid bestreden worden.
  • En ook islamofobie moet benoemd, gedocumenteerd en bestreden kunnen worden, zonder gêne of relativering.

Wij weigeren elke logica van concurrentie tussen slachtoffers. Wij weigeren ook selectieve verontwaardiging.

Een samenleving die werkelijk aan gelijkheid hecht, moet elke minderheid in haar eigenheid kunnen beschermen.

Vandaag blijven de antwoorden te versnipperd. Er zijn veroordelingen, maar ze blijven vaak eenmalig. Verenigingen begeleiden slachtoffers. Juristen behandelen dossiers. Burgers mobiliseren zich.

Maar we hebben meer nodig dan een opeenvolging van reacties.

We hebben nood aan een samenhangend beleid tegen islamofobie, gebaseerd op preventie, educatie, gegevensverzameling, juridische begeleiding, opleiding van de instellingen en een permanente dialoog met de betrokken actoren.

We hebben ook nood aan een beter gecoördineerd verenigingsleven, dat over gevoeligheden en achtergronden heen kan samenwerken.

Naar een collectieve ommekeer

Het is dringend tijd om op te roepen tot een echte collectieve bewustwording rond islamofobie, over religieuze, levensbeschouwelijke, culturele en politieke grenzen heen.

Haatdaden tegen gebedshuizen, discriminatie op de arbeidsmarkt en beperkingen die bepaalde groepen burgers onevenredig treffen, mogen niet langer als losstaande feiten worden behandeld.

Wij roepen politieke verantwoordelijken, instellingen, vakbonden, onderwijsactoren, verenigingen en het hele middenveld op om een samenhangend antwoord uit te bouwen, gebaseerd op preventie, bescherming van slachtoffers, gegevensverzameling, toegang tot het recht en de strijd tegen alle vormen van racisme.

Moslimburgers verdedigen tegen haat en discriminatie betekent niet dat zij een bijzondere behandeling krijgen. Het betekent eenvoudigweg dat zij, zoals iedereen, recht hebben op veiligheid, gelijkheid en volwaardige deelname aan de samenleving.

Het is tijd dat de strijd tegen islamofobie een collectieve verantwoordelijkheid wordt.

Het is tijd voor een ommekeer van ons allemaal.

Opiniestuk gedragen door de Beweging voor Vrijheid, Inclusie en de Mens – MLIH.be, open voor medeondertekening door verenigingen, jeugdorganisaties, vakbonden, studentenraden, academici, religieuze en levensbeschouwelijke verantwoordelijken en persoonlijkheden uit het middenveld.

Medeondertekenen: contact@mlih.be

Delen

We gebruiken cookies om u een betere gebruikerservaring op deze site te bieden.

Cookiebeleid

Blijf op de hoogte!

ABONNEER JE OP ONZE NIEUWSBRIEF